Als de HEER het huis niet bouwt…

Verslag van deel 1 van de synodebespreking over de vragen en bezwaren betreffende het besluit van de synode van Meppel (2017) om aan de kerken ruimte te geven voor de aanstelling van vrouwelijke ambtsdragers.

4 september 2020

Om zelfs maar de schijn te vermijden dat huidig en vorig synodevoorzitter ds. Melle Oosterhuis te veel persoonlijk betrokken zou zijn bij het onderwerp, leidt tweede voorzitter ds. Dinand Krol de bespreking en de besluitvorming rond man/vrouw en ambt. Bij de opening haalt hij de woorden aan uit Psalm 127 die de titel vormen van dit verslag.

Commissievoorzitter Peter Bakker krijgt eerst het woord. Hij memoreert dankbaar de goede samenwerking binnen de commissie en tussen commissie en moderamen. Ook noemt hij de bijeenkomst van de synode in januari, waarop de commissie lijnen presenteerde waarlangs ze tot beantwoording van vragen en bezwaren wilde komen. De synode stemde daar toen van harte mee in.
De commissie was zich zeer bewust van haar dienende rol. Het werk van de commissie leidde tot de publicatie van twee rapporten, die hier te vinden zijn (nr. 22). Het rapport ‘Elkaar van harte dienen’ is bedoeld als toetsingskader voor de besluitvorming later. De concrete bezwaren en de beantwoording ervan komen aan de orde in het Aanbiedingsrapport.

Commissievoorzitter Peter Bakker

Integer omgaan met de Bijbel
Een aandachtspunt bij de bespreking is volgens de commissievoorzitter dat ze geen studiedeputaatschap waren, maar als opdracht hadden gekregen om de beantwoording van vragen en bezwaren voor te bereiden, en op verzoek van een heel aantal kerken de besluiten van Meppel (2017) beter te onderbouwen. ‘Voorop staat,’ aldus Bakker, ‘dat we op een integere manier willen en moeten omgaan met de Bijbel.’ Ook is het belangrijk dat we er als kerken na de besluitvorming oog voor houden dat voor beide visies (wel of geen vrouwelijke ambtsdragers) ruimte moet zijn. Daarom stelt Bakker voor om te zijner tijd naar elke kerk afzonderlijk een brief te sturen.

Het rapport ‘Elkaar van harte dienen’ wordt in bespreking gegeven. Br. Arie Sonneveld (Brunssum-Treebeek) vertelt eerlijk hoe hij drie jaar geleden niet zo blij was met het besluit van Meppel (2017). Hij heeft veel waardering voor het rapport, vooral ook voor de bijlage, waarin gepleit wordt voor ruimte in de kerken voor beide opvattingen. Hij vraagt zich af hoe je komt tot een zeker evenwicht tussen de ene en de andere opvatting: moet je per se voor of tegen de vrouw in het ambt zijn, waar vind je elkaar?

Ds. Pier Poortinga (Zeewolde), lid van de commissie, beantwoordt een aantal van de vragen die in de eerste ronde zijn gesteld. Doordat het commissierapport bedoeld is om antwoord te geven op bezwaren tegen de ene visie (wel ruimte voor vrouwelijke ambtsdragers) ligt op onderbouwing/verdediging van die visie het zwaartepunt. Dat wil niet zeggen dat de andere visie (geen ruimte voor vrouwelijke ambtsdragers) afgeserveerd wordt of helemaal buiten beeld is. Voor- en tegenstanders van vrouwelijke ambtsdragers zouden elkaar in de kerk royaal de ruimte moeten gunnen. ‘Loop niet links of rechts,’ voegt Peter Bakker later toe, ‘maar loop samen op.’

Bakker legt vervolgens uit dat hij met de woorden ‘een sterk rationalistische benadering’ niemand concreet op het oog heeft, maar dat hij daarmee wil zeggen dat de Bijbel niet alleen feitelijk informatie overdraagt die je juist moet interpreteren en toepassen, maar dat ze ons ook aanspreekt op andere niveaus dan het verstand. Als je dat buiten beschouwing laat, versmal je Gods openbaring.

Het moderamen van de synode van Goes. Dagvoorzitter was ds. Dinand Krol, tweede van links.

Niet exclusief
Synodeleden maken ruimschoots gebruik van de gelegenheid om zich persoonlijk over het rapport en over het onderwerp uit te spreken. Er klinken vooral veel woorden van waardering en respect aan het adres van de commissie voor de grondigheid waarmee ze hun taak hebben uitgevoerd. Ook wordt in positieve zin de teneur van het rapport genoemd, dat er goede argumenten zijn voor het standpunt dat vrouwen in de ambten mogen dienen, maar dat die opvatting niet exclusief hoeft te zijn. Het rapport overtuigt, maar dramt niet.
Naast alle waarderende woorden worden er ook dingen benoemd die wellicht beter uitgewerkt hadden kunnen worden, zoals het doordenken van de ambtsleer en het afscheid van de twee lijnen zoals de synode van Ede ze benoemde. Een enkele keer wordt er in de ogen van een afgevaardigde wel heel snel een conclusie getrokken.
Ds. Arjan Koster, scriba 2 van de synode, voert in deze ronde als laatste het woord. Het rapport heeft hem er niet van overtuigd dat er ruimte is om vrouwen aan te stellen in het college van oudsten; hij vindt het rapport inhoudelijk niet plausibel genoeg. Maar hoewel het hem niet overtuigt, noemt hij het tegelijk wel ‘een proeve van bekwaamheid’ van gereformeerde exegese. Dat het hem niet overtuigt, vindt hij geen groot probleem: niemand hoeft het hiermee eens te zijn. Belangrijk is wat hem betreft de constatering dat er aan Gods Woord recht gedaan wordt.

Stelligheid
De commissie reageert met woorden van dank en waardering op de inbreng van de synodeleden en gaat daarnaast op een aantal inhoudelijke punten in. Zo spreekt ds. Sieds de Jong over omgaan met verschillen. ‘Dit rapport is niet het einde van alle tegenspraak. Wij hebben altijd mensen nodig die ons scherp houden,’ is zijn conclusie. Ouderling Hermann Toebes pleit voor ruimte voor een mate van onzekerheid, om samen te zoeken naar Gods wil. De tijd van soms al te grote stelligheid ligt hopelijk achter ons. Ds. Geert Bruinsma vindt dat de synode zich moet bezinnen op hoe er recht gedaan wordt aan opvattingen die anders zijn dan die in het rapport.

Ouderling Bert Groen leidt namens de synodecommissie de bespreking van het formele en procedurele Aanbiedingsrapport en verantwoordt de opzet daarvan. Een aantal synodeleden maakt gebruik van de gelegenheid om daar informatieve vragen over te stellen, die door de commissie worden beantwoord. Onder andere komt daarin aan de orde dat de commissie niet verantwoordelijk is voor hoe de besluiten in het midden van de kerken worden gelegd; dat is de taak van het moderamen. Het Aanbiedingsrapport biedt wel voldoende materiaal om elke gemeente en elke (voormalige) zusterkerk van een specifiek antwoord te voorzien.

Na afloop van de bespreking klinkt het lied van Sela: Heer, leer mij uw weg, die zuiver is en goed. Uw woord is onderweg als een lamp voor mijn voet.