‘Niet te bevatten, maar wel waar!’

Tijdens de gezamenlijke vergadering van de generale synode van de GKv en de landelijke vergadering van de NGK op zaterdag 7 maart 2020 in Elspeet is weer een belangrijke stap gezet in het proces van eenwording tussen beide kerken. In de persoon van Frans Schippers, voorzitter van de landelijke vergadering, accepteerde deze vergadering unaniem de spijtbetuiging van de kant van de synode rond het dubbelbesluit dat in 1967 werd genomen door de generale synode van Amersfoort-West (zie het bericht van 6 maart jl.).

Schippers sprak van een geweldig besluit en een prachtig voorbeeld van recht doen, en dat ongevraagd: ‘Het is niet te bevatten, maar wel waar,’ zo bracht hij zijn ontroering onder woorden. Hij benadrukte dat het GS-besluit voor velen het proces van eenwording zal vergemakkelijken.

Eerherstel

Maar er volgde nog meer. De preses van de generale synode, ds. Melle Oosterhuis, bood plenair postuum eerherstel aan aan de lectoren Buwalda en Mulder, in aanwezigheid van nabestaanden van de laatste. Deze lectoren waren in 1970 als gevolg van de kerkelijke crisis buitenspel gezet door de Theologische Universiteit.

Namens de TU sprak rector Roel Kuiper deze families Mulder ook toe, en hij betrok bij zijn woorden de familie Buwalda. Hij memoreerde kort de gebeurtenissen van toen en de verzoenende gesprekken die eerder al, in december 2017, hebben plaatsgevonden. ‘De TU is blij met het besluit tot verzoening van deze synode, want het ging om personeel van onze rechtsvoorganger, de Theologische Hogeschool,’ aldus Kuiper. Hij nodigde de families van harte uit voor een bezoek aan Kampen om ter plaatse elkaar nogmaals te ontmoeten.

Ontroerend was het moment dat een van de zonen Mulder met weinig woorden maar met een veelzeggend gebaar aangaf dat de beide families het eerherstel aanvaardden. Hij toonde daarbij aan de vergadering het rapport dat tot het eerherstel leidde.

Financiën

Behalve deze twee markante momenten – spijtbetuiging en eerherstel – heeft de gezamenlijke vergadering zaterdag aandacht besteed aan financiële zaken. Daartoe gaf br. Jan van Eijsden namens de commissies financiën van beide kerken een verkennende presentatie, met als vraag: hoe ziet de financiële situatie er in 2021-2023 uit?

De kerken betalen trouw en de situatie is nu gezond. Toch zijn er zorgen vanwege een versneld afnemend ledental van de GKv, dat voor deze jaren is berekend op plm. 108.000 leden. Van Eijsden signaleerde toekomstige tekorten en pleitte voor beleid op lange termijn en een gemeenschappelijk beleid voor de Theologische Universiteit Kampen, die de grootste kostenpost voor de kerken is.

Namens de commissie financiën van de synode en de landelijke vergadering voerde br. Aike Kamsteeg het woord. De genoemde ledenafname binnen de GKv resulteert in een quotum van € 26,50 (nu GKv € 25,00 en NGK € 19,40). Bij handhaving van het huidige quotum wordt een tekort van € 1,4 miljoen voorzien, te dekken door verlaging van de budgetten met € 0,8 miljoen en een inzet vanuit de reserve van €0,6 miljoen. In de periode 2024-2026 daalt het ledental naar verwachting verder naar 104.300 en groeit het tekort naar € 2 miljoen.

Binnen de NGK is het ledental stabiel op 32.500 leden. Stijging van het quotum naar het GKv-niveau is wenselijk. Aan de Theologische Universiteit Kampen wordt structureel €1,8 miljoen besteed. Een fors deel van het quotum gaat daarheen en zal bij ongewijzigd beleid stijgen naar 73% in 2026.

Kamsteeg stelde als kernvraag: wat voor kerk willen we zijn en wat betekent dat financieel? Het vraagt om visie en het creëren van draagvlak. De commissie waarvoor hij als woordvoerder optrad, stelde voor een commissie strategie en financiën in te stellen, die in september 2020 rapporteert. Besluitvorming wordt in het najaar verwacht. Na een levendige discussie werd aldus unaniem door de generale synode en de landelijke vergadering besloten.

Rapport Regiegroep

De generale synode en de landelijke vergadering bespraken het rapport van de regiegroep hereniging NGK-GKv. Het rapport werd goed ontvangen en na enkele aanpassingen vastgesteld. Het rapport is het ‘spoorboekje’ voor het verdere verloop van de samenwerking, met als einddoel de hereniging waartoe is besloten.